In de situatie dat je een leeractiviteit wil vervangen door een leeractiviteit van een ander type (bijvoorbeeld een SCORM leeractiviteit wordt vervangen door een LTI leeractiviteit), kan het zijn dat resultaten die behaald zijn voor de leeractiviteit die wordt vervangen, niet meer geldig zijn. In dit artikel kun je lezen hoe je dit kunt voorkomen. Je gebruikt in deze situatie een Vervangende leeractiviteit om het resultaat geldig te houden.

Hoe stel ik een vervangende leeractiviteit in? 

Dit voorbeeld gaat uit van een SCORM leeractiviteit die wordt vervangen door een LTI leeractiviteit. Je kunt de werkwijze in dit voorbeeld voor iedere leeractiviteit uitvoeren (dit mag ook een leeractiviteit of sectie zijn).

Als uitgangspunt wordt dit eenvoudige leerpad gebruikt:

Het leerpad is al gepubliceerd en het kan zijn dat er gebruikers zijn die voor leeractiviteit e-learning (SCORM) geslaagd zijn, maar nog niet zijn ingeschreven voor de Lesdag. Als je de leeractiviteit e-learning (SCORM) verwijdert en vervangt met een LTI leeractiviteit, maar geen verdere aanpassing maakt, wordt bij de herberekening van het leerpad aan deze deelnemers een taak uitgedeeld voor het uitvoeren van deze LTI leeractiviteit.

Je kunt dit voorkomen door een Vervangende leeractiviteit in te stellen:

  • Onthoudt de naam van het leerpad en de leeractiviteit die je gaat verwijderen. Dit is belangrijk omdat je deze moet zoeken in de lijst van alle LearnLinq leeractiviteiten. 

Let op: als je leeractiviteiten verwijderd worden deze niet daadwerkelijk verwijderd, maar gearchiveerd. Bij het instellen van een Vervangende leeractiviteit zijn alle leeractiviteiten, inclusief de verwijderde, zichtbaar met de naam van het leerpad waarin ze voorkomen.

  • Verwijder de leeractiviteit (in dit voorbeeld de leeractiviteit e-learning (SCORM)).
  • Voeg een andere leeractiviteit toe (in dit voorbeeld kiezen we voor een LTI leeractiviteit).
  • Stel de eigenschappen van de leeractiviteit in.
  • Bij Vervangende leeractiviteit, kies voor de + knop (Toevoegen).
  • Zoek in het scherm Selecteer leeractiviteit naar e-learning (SCORM) en selecteer deze. Komt de leeractiviteit vaker voor, let dan ook op de naam van het leerpad.
  • Kies voor Selecteer.
  • De vervangende leeractiviteit is zichtbaar:
  • Kies voor OK:
  • Publiceer het leerpad.

Door een vervangende leeractiviteit in te stellen, wordt het resultaat van leeractiviteit  e-learning (SCORM) ook gebruikt bij de berekening van de status van de e-learning (LTI) en indirect het leerpad. Heeft een deelnemer een resultaat gehaald voor e-learning (SCORM) dan hoeft de deelnemer de leeractiviteit e-learning (LTI) te behalen.

Wat ziet een deelnemer?

Van een vervangende leeractiviteit is voor een deelnemer alleen iets te zien als de deelnemer een positief resultaat hiervoor heeft behaald. Een deelnemer ziet dat de e-learning (LTI) leeractiviteit is behaald. Als deze wordt geselecteerd, is in de details van deze leeractiviteit te zien dat dit afkomstig is van een vervangende leeractiviteit.

Hoe lang is de vervangende leeractiviteit geldig?

LearnLinq kijkt in het algemeen bij de berekening van een leerpad naar de datum van het behaalde resultaat en past daarna de workflow instellingen toe. Bij een vervangende leeractiviteit wordt dezelfde methode toegepast. LearnLinq kijkt bij een leeractiviteit wat het meest recente behaalde resultaat is én kijkt hierbij ook naar de vervangende leeractiviteiten.

Voorbeeld:

De leeractiviteit BHV - EHBO wordt ieder jaar herhaald en is onderdeel van het leerpad BHV. Als vervangende leeractiviteit wordt EHBO - Rode Kruis ingesteld. Haalt een deelnemer aan  BHV de leeractiviteit EHBO - Rode Kruis op 10 januari dan heeft deze deelnemer een positief resultaat voor BHV - EHBO wat geldt tot en met 10 januari het jaar daarop. Dit is ongeacht de regels die van toepassing zijn op geldigheidsduur die de deelnemer heeft in het leerpad waarin de leeractiviteit EHBO - Rode Kruis zich bevindt.

Heeft u het antwoord gevonden?